Mythologie

HET VERHAAL VAN DE TUKANO – BESCHRIJVING 1RALPH METZNER, PH.D. VAN ‘THE GREEN EARTH FOUNDATION’

snakes
Slangen komen veel voor in ayahuasca mythologie
snakes
Meer mythologische slangen

Mensen van de Tukano-stam uit de Vaupés regio van Colombia, zeggen dat de eerste mensen uit de lucht kwamen in een slangenkano, en Vader Zon had ze een magische drank beloofd waarmee ze zich konden verbinden met de stralende krachten van de hemelen. Terwijl de mannen in het “Huis van de Wateren” waren om te pogen de drank te maken, ging de eerste vrouw het bos in om een kind te baren. Ze kwam terug met een jongen die goudgekleurd licht uitstraalde, en ze wreef over zijn lichaam met bladeren.

Deze lichtgevende jongen was de liaan, en elke man sneed een stuk van dit levende wezen, dat dan zijn stuk van de bloedlijn van de liaan werd. Een variatie op deze mythe van de Desana (uit dezelfde regio), is dat de slangenkano uit de Melkweg kwam en een man, een vrouw en drie planten bracht voor de mensen – cassave, coca en caapi. Ze zagen het als een geschenk van de Zon, een soort opslagruimte voor het geelgoude licht van de Zon, dat de eerste mensen leerde hoe te leven en spreken. (Metzner 2006)

HET VERHAAL VAN DE TUKANO – BESCHRIJVING 2 – DR. R.E. SCHULTES EN DR. A. HOFMANN

Heel, heel lang geleden leefde er tussen de Tukanoanen een vrouw, de eerste vrouw van de ‘schepping’ die mannen in visioenen verdronk. Voor de Tukanoanen is copulatie een visionaire ervaring waarin mannen ‘in visioenen worden verdronken’.

De eerste vrouw werd zwanger van de zonnegod die haar door haar oog had bevrucht. Het kind werd geboren in een lichtflits. De vrouw, wiens naam Yaje was, sneed de navelstreng door en wreef over zijn lichaam met magische kruiden, waarmee ze dus zijn lichaam vormde. Het kind werd bekend als Caapi, een narcotische plant, die in zijn leven een oude man is geworden. Jaloers bewaakt hij zijn psychedelische krachten, zijn Caapi, die de bron zijn waar de Tukanoaanse mannen hun zaad van hebben ontvangen.

De mythe vertelt in essentie het verhaal van het alchemistisch huwelijk, waarin zowel man als vrouw eenheid met de, van goddelijke oorsprong, heilige kracht der schepping nastreeft. Daarom is de religieuze ervaring immers een seksuele ervaring. Om Schultes en Hofmann te citeren: “[Voor een Indiaan] is de psychedelische ervaring in essentie een seksuele ervaring…. om het subliem te maken, om van het erotische, sensuele tot de mystieke eenheid met het mythische tijdperk te komen, de baarmoeder-fase te bereiken, is het ultieme doel, dat behaald wordt door een handjevol, maar begeerd door iedereen.”

MEER MYTHEN

Overgenomen van ‘Encounters with the Amazon’s Sacred Vine’ van L.E. Luna & S.F. White:
“De ayahuasca-plant vindt zijn oorsprong in een andere wereld, in mythische tijden: het komt òf van de incestueuze eenwording van de Zonne-Vader en zijn Dochter, of de geheime kennis van de onderwaterse werelden, of het kadaver van een sjamaan, of de staart van een gigantische slang die hemel en aarde met elkaar verbindt. Deze verschillende inheemse groepen geloven allemaal dat de visionaire liaan een voertuig is om het primordiale toegankelijk te maken voor de mensheid.”

“Een voorbeeld van dit fenomeen is de Desana mythe (transcriptie door G. Reichel-Dolmatoff) van de Slangen-Kano die afstamt van de Melkweg, met de eerste inwoners van de wereld. De kano transformeert in een Hoge Rivier Vuur Kano waar yagé (ayahuasca) mensen in zitten.”

“Het was een vrouw. Haar naam was gaphi mahso (Yaje Vrouw). Het gebeurde in het begin der tijd. In het begin der tijd, toen de Anaconda-Kano de rivieren op ging om de mens over het hele land te verspreiden, verscheen de Yaje Vrouw. De kano was gearriveerd op een plek die dia vii, het Huis van de Wateren, werd genoemd, en de mannen zaten in de eerste maloca (een soort centrale dorpshut) toen de Yaje Vrouw arriveerde. Ze stond voor de maloca, en baarde daar een kind; ja, dat was waar ze een kind baarde.

De Yaje Vrouw nam een plant waarmee ze haarzelf en het kind schoonmaakte. Dit is een plant waarvan de bladeren aan de onderzijde rood als bloed zijn, en ze pakte deze bladeren en waste het kind ermee. De bladeren waren glimmend rood, stralend rood, en zo ook de navelstreng. Deze was rood en geel en wit, fel glimmend. Het was een lange navelstreng, een groot stuk. Zij is de moeder van de yaje-liaan.”