Botanie

caapi01
1. B. caapi, lid van de Malpighiaceae familie
peganum
2. P. harmala zaden
chagropanga
3. D. cabrerana bladeren
suaveolens
4. Een bloeiende Brugmansia suaveolens
brunfelsia
5. Een bloeiende Brunfelsia grandiflora

In ayahuasca botanie kunnen 3 groepen planten worden onderscheiden: MAO-remmers, DMT-houdende planten, en additieven. Zonder een MAO-remmer zijn de visionaire eigenschappen van DMT afwezig, doordat het afgebroken wordt in het lichaam voordat het de DMT-gevoelige delen in de hersenen bereikt. Met andere woorden: een brouwsel met slechts DMT zou inactief zijn. Een additief kan elke soort plant zijn, alhoewel de meeste additieven duidelijk aantoonbaar psychoactief zijn. Enkele bekende additieven zijn bijvoorbeeld tabak, san pedro en coca.

‘Ayahuasca’ verwijst traditioneel naar de Banisteriopsis caapi liaan (afb. 1), een MAO-remmende plant, óf naar het brouwsel gemaakt van deze liaan in combinatie met een DMT-bevattende plant – meestal worden de bladeren van Psychotria viridis (chacruna) of Diplopterys cabrerana (chagropanga of chaliponga) (afb. 3)gebruikt. De eerstgenoemde plant wordt in het Amazonebassin gebruikt en de tweede in de voetheuvels van de regios waar ayahuasca voorkomt.

Over de hele wereld zijn meer planten die DMT produceren gevonden en ook meer planten met een MAO-remmende werking. Vanzelfsprekend wordt er geëxperimenteerd met het maken van brouwsels die een vergelijkbaar effect hebben als ayahuasca. Maar zodra je niet de B. caapi liaan als MAO-remmer gebruikt, of je neemt andere planten in plaats van chacruna of chagropanga voor de DMT, dan spreken we van een ayahuasca analoog, of anahuasca.

BANISTERIOPSIS CAAPI OOK WEL AYAHUASCA

‘Ayahuasca’ is Quechua, de taal van het Inca-rijk, voor ‘liaan van de ziel’, ‘liaan met een ziel’ of ‘liaan van de doden’. Ayahuasca, een lid van de Malpighiaceae familie, wordt beschouwd als de belangrijkste ‘plant leraar’. Volgens de meeste inheemse ayahuasqueros (regelmatige ayahuasca drinkers) zijn de effecten van B. caapi hun belangrijkste bron van botanische kennis.

Inheemse sjamanen onderscheiden meer dan 40 soorten ayahuasca lianen, zoals tucunacá en caupurí. De plant wordt gecultiveerd, typisch door middel van stekjes, in het Amazone bassin van Peru, Ecuador, Colombia en Brazilië. Een jonge scheut of het uiteinde van een tak wordt in water gezet. Nadat de wortels zich gevormd hebben, wordt het in de grond geplaatst en veel water gegeven.

De houtachtige stam van de gigantische B. caapi is erg lang en vertakt herhaaldelijk. De bladeren kunnen tussen de 8 en 18 cm lang zijn, en 3,5 tot 8 cm breed. Ze zijn groen, rond-ovaal en hebben puntige uiteinden. Ayahuasca bloeit slechts bij uitzondering en alleen in vochtige, tropische klimaten. De bloeiwijze groeit uit okselstandige pluimen en vier bloemschermen. De bloemen zijn tussen de 12 en 14 mm groot en hebben 5 witte of lichtroze bloembladen.

PSYCHOTRIA VIRIDIS OOK WEL CHACRUNA

Chacruna, net als koffie familie van de Rubiaceae, is ook in diverse varianten bekend, zoals cabocla en chacroninha. Chacruna is een tropische struik die in de Amazone laaglanden groeit, en via cultivatie in Colombia, Bolivia en Oostelijk Brazilië. Deze altijd groene soort kan een kleine boom worden, alhoewel de meeste gecultiveerde exemplaren tussen de 2 en 3 meter hoog worden. De lange, smalle, ovale bladeren zijn lichtgroen tot donkergroen van kleur, en de kant die naar de hemel wijst is glanzend.

De bloemen zijn bevestigd aan lange stelen en hebben groenwitte kelkbladen. Culvatie door middel van zaden is aanzienlijk minder succesvol dan stekjes maken. Bij P. viridis is het maken van stekjes een kwestie van een klein deel van de plant direct in de grond plaatsen en veel water geven. In sommige omstandigheden volstaat een takje met slechts twee bladeren.

DIPLOPTERYS CABRERANA (ook wel chaliponga of chacropanga)

Deze plant kreeg na de ontdekking ervan de latijnse naam Banisteria rusbyana. Deze plant is ook weleens Banisteriopsis rusbyana en Banisteriopsis cabrerana genoemd, en is net als Banisteriopsis caapi lid van de Malpighiaceae familie. Deze tropische liaan wordt alleen aangetroffen in het Amazone bassin (Ecuador, Peru, Brazilië, Colombia). Hij groeit wild in de wouden, maar de meeste exemplaren zijn gecultiveerd.

Chagropanga wordt in tuinen gecultiveerd door middel van stekjes. Een jonge scheut of het uiteinde van een tak wordt in water geplaatst totdat hij wortels ontwikkelt. Ook kan hij geplaatst worden in vochtige oerwoudgrond. Deze zeer lange liaan heeft een kruiswijze bladschikking, met langwerpig-ovale, uitgerande, spits toelopende bladeren. De bloeiwijzen, die elk 4 kleine bloemen dragen, groeien vanuit de stengeloksels. Deze plant ontwikkelt slechts zelden bloemen, en wanneer hij gecultiveerd wordt bijna nooit.

ANDERE MAO-REMMENDE PLANTEN

De bekendste MAO-remmende plant, afgezien van B. caapi, is Peganum harmala (fig. 2), familie van de Nitrariaceae, en wordt ook wel Syrische wijnruit of harmal genoemd. Dit is een oosterse plant waarvan de zaden een zeer hoog MAO-remmer gehalte hebben. P. harmala heeft een vaste plek verworven in de westerse anahuasca wereld, voornamelijk doordat het aanzienlijk goedkoper en makkelijker te bereiden is dan het MAO-remmende component van het oorspronkelijke brouwsel, wat uiteraard de ayahuasca liaan is. Het is waar dat er veel plantensoorten zijn die MAO-remmers bevatten, zoals passiebloem en cacao. Echter, geen van deze soorten lijkt potent genoeg om ze zeer geschikt voor een ayahuasca analoog te maken.

ANDERE DMT PLANTEN

De lijst met DMT planten wordt met de dag langer. Zoals eerder genoemd, wordt het brouwsel oorspronkelijk gemaakt met chacruna of chagropanga. Veel mensen gebruiken tegenwoordig de wortelbast van jurema, oftewel Mimosa hostilis, om de traditionele bladeren te vervangen. Een andere DMT-bron die in het afgelopen decennium meer en meer gebruikt is voor anahuasca isDesmanthus illinoensis, net als jurema een lid van de Fabaceae familie, waar eveneens de wortelbast van wordt gebruikt.

Ook zijn de bladeren van sommige Acacia soorten (ook van de Fabaceae familie) bruikbaar voor ayahuasca analogen, zoals Acacia maidenii. Bepaalde Virola bomen, die van de Myristicaceaefamilie zijn, produceren DMT in de bast, maar dit wordt over het algemeen gesnoven in plaats van oraal ingenomen samen met een MAO-remmer. In het westen wordt er steeds meer geëxperimenteerd met kanariegras of rietgras, ook wel Phalaris arundinacea, lid van de Poaceae familie. Deze plant is potent genoeg om anahuasca mee te maken.

ADDITIEVEN

Een additief is feitelijk elke plant die de ayahuasca brouwer besluit te gebruiken buiten de gebruikelijke planten. De bladeren van coca (Erythroxylum coca van de Erythroxylaceae familie), tabak (Nicotiana tabacum en N. rustica van de Solanaceaefamilie), en mescaline-houdende cactussen zoals peyote (Lophophora williamsii) en san pedro (Trichocereus pachanoi syn. Echinopsis pachanoi en Trichocereus peruvianus, syn. Echinopsis peruviana), en diverse soorten uit de Solanaceae familie (nachtschades zoals Brugmansia spp.) kunnen worden toegevoegd voor diverse psychofarmacologische en spirituele redenen.

Een concreet voorbeeld is de Urarina stam, een inheems volk uit de noordoostelijk Peruviaanse Amazone die een vorm van sjamanisme bedrijven dat grotendeels gebaseerd is op het geritualiseerde gebruik van Brugmansia suaveolens (fig. 4), welke hyoscyamine, atropine en scopolamine bevat. De Kofan uit noordoostelijk Ecuador en zuidelijk Colombia maken regelmatig gebruik van de scopoletine bevattende Brunfelsia grandiflora (fig. 5), eveneens lid van de Solanaceae. Andere bekende additieven zijn Brugmansia ignensis, en verder Ilex guayusa uit de Aquifoliaceae familie en Paullinia yoco, welke net als guarana een lid is van de Sapindaceae familie. De twee laatstgenoemde soorten worden waarschijnlijk toegevoegd vanwege hun hoge caffeïne-gehalte.